Trierstraat 67, 1040 Brussel info@privaatbeheer.be +32 (0)2 217 27 40

APB-NB

Grauwe kiekendief

grauwe-kiek_prooioverdracht_c_freek-verdonckt

Foto: Freek Verdonckt

Grauwe kiekendief (Circus pygargus)

Classificatie: roofvogel, sperwerachtige

Statuut: bijlagesoort vogelrichtlijn, ernstig bedreigd in Vlaanderen

Lengte: 45 cm

Kleur mannetje: (blauw)grijs met zwarte vleugelpunten, zwarte banden op de armpennen (in tegenstelling
tot mannetje blauwe kiekendief) waarvan een op de bovenzijde en twee op de onderzijde met daarnaast een donkere tekening. Onderzijde kop en buik zijn grijs. Buik is wit met roodbruine lengtestrepen.

Kleur vrouwtje: lichtgeelbruin met kastanjebruine lengtestrepen over het lichaam (moeilijk te onderscheiden van vrouwtjes blauwe kiekendief)

Kleur juveniel: donker en meer roodbruin, geen strepen op buik en onderzijde armpennen vaak egaal donker

Leefgebied: 35 km2, oorspronkelijk steppevogel, bij ons ook natte heide en veengebieden, verlande moerassen en natte weilanden, maar ook in heide met lage struiken of jonge boomaanplantingen/-opslag en sinds ’70 in akkerlandschappen

Voeding: hoofdzakelijk veldmuizen, occasioneel ook hazen, zangvogels en grote insecten

Levenswijze: solitair in ondergrondse burchten

Broedvogel: vanaf april-mei in ons land tot eind augustus in wintergranen en luzerne, broeden niet zelden in kolonies van 4-5 koppels per 100 ha

Voortplanting: polygaam en polyandrisch (vrouwtjes kunnen ook meerdere partners hebben), broedseizoen mei-juli

Nest: half mei 3-5 eieren, vrouwtjes broeden 30 dagen, mannetjes leveren prooien aan

Vliegvlug: 25-30 dagen

Beheer: graan- en luzerne als broedhabitat en akkerranden voor prooidieren