Trierstraat 67, 1040 Brussel info@privaatbeheer.be +32 (0)2 217 27 40

APB-NB

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus sp

Foto: Gilles San Martin

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus)

Classificatie: zoogdieren, handvleugeligen (Chiroptera), gladneuzen

Statuut: redelijk algemeen, bijlagesoort habitatrichtlijn

Lengte: 4-5 cm groot, spanwijdte van 240 tot 285 mm

Uiterlijk: grote oren, tot driekwart van de kop-romplengte. Vleugels zijn breed en bruin.

Vacht: grijsbruin aan de bovenzijde en gelig-lichtbruin aan de onderzijde. De hals is lichter van kleur. Gezichtsmasker is roze!

Verspreidingsgebied: groot deel van Europa en een deel van zuidwest Rusland

Leefgebied: kleinschalig landschap met bosgebieden

Leefwijze: nachtdier. Hij vliegt meerdere keren per nacht uit om te jagen, max. 3 km, in langzame, stijgende vlucht verticaal van onderen naar boven langs vegetatie of wanden. Naast echolocatie gebruikt hij zijn grote oren om de prooi te horen bewegen.

Voeding: diverse relatief grote, vaak dagactieve of niet-vliegende prooien, zoals vlinders, langpootmuggen, spinnen, kevers, enz. Grotere prooien worden meegenomen en al hangend opgegeten.

Verblijfplaats: zomerverblijf en winterverblijf in veel gevallen hetzelfde, ze trekken geen grote afstanden. Ingerotte boomholten, zolders en soms grotten en bunkers doen dienst als verblijfplaats.

Winterslaap: van eind oktober tot april

Voortplanting: paartijd eind september en oktober maar kan duren tot december en soms februari. Vanaf april trekken de vrouwtjes naar kraamkolonies van 10 tot 100 dieren. Jongen worden geboren in juni, meestal 1, met gesloten ogen. Eind juli kunnen ze vliegen. Vrouwtjes zijn geslachtsrijp na 2 tot 3 jaar, mannetjes na 1 jaar.

Beheer: structuurrijke bosranden, ontwikkelde struiklaag en tussenetage in bossen en oude bomen. In stand houden van verbindingen en kleinschaligheid. Donker houden van vliegroutes.