Trierstraat 67, 1040 Brussel info@privaatbeheer.be +32 (0)2 217 27 40

APB-NB

Financieringsmogelijkheden (her)bebossing en aanplant van bomen

Een overzicht van de financiële regelgeving

Auteur: Ute De Meyer
Bron: Natuur en Bos van de Vlaamse overheid; www.ikwilbebossen.be 

(Her)bebossen kan in Vlaanderen op verschillende manieren. Daarbij dient de eigenaar rekening te houden met verschillende financiële aspecten die aan de (her)bebossing verbonden zijn. Naast fiscale voordelen voor bossen met een natuurbeheerplan, zoals o.a. erfenis-, schenkings- en verkoopbelasting en onroerende voorheffing, voorziet Natuur en Bos van de Vlaamse overheid ook subsidiemogelijkheden voor herbebossing, bebossing en aanplant van bomen. Dit artikel biedt een overzicht van de verschillende mogelijkheden en pistes wat betreft financiëring.

Subsidie bebossing en herbebossing

Enkel natuurlijke personen, privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtspersonen (m.u.v. het Vlaams Gewest en de federale staat) kunnen gebruik maken van de herbebossings- en bebossingssubsidie. Hierbij dient de begunstigde de grond in eigendom te hebben of het zakelijk recht te hebben dat bebossing toestaat of een persoonlijk recht dat herbebossing toestaat. Ook Bosgroepen kunnen voor hun leden een (gezamenlijke) subsidieaanvraag indienen. Een subsidie voor bebossing en herbebossing kan aangevraagd worden voor de beplanting met inheemse boomsoorten.

In het geval van bebossing kan dit eventueel gecombineerd worden met populier. Naast de subsidie voor aanplant, voorziet men ook een eenmalige vergoeding voor wildbescherming. Deze subsidie bedraagt € 0,65 per rasterstuk en voor collectieve wildbescherming is dit 350 €/100m.

Voor een individuele wildbescherming bij een herbebossing is er een subsidie voorzien van € 0,45 per rasterstuk. Voor collectieve wildbescherming bij herbebossing is dit 235 €/100m raster. Collectieve wildbescherming wordt ook toegekend bij natuurlijke verjonging. Er is echter geen subsidie voor de door natuurlijke verjonging (her)beboste oppervlakte.

Verder is er nog de jaarlijkse projectoproep voor de aankoop van gronden voor bebossing, waarbij enkel nieuwe nog te bebossen gronden in aanmerking komen. De subsidie bedraagt 60% van de aankoopprijs met een maximumsubsidie van 3,5 €/m². Projecten die natuurdoelen realiseren krijgen voorrang op andere aankoopprojecten. Voor de inrichting en de bebossing kan onderstaande subsidieregeling gebruikt worden.

Voorwaarden (her)bebossing

Op het moment van de subsidieaanvraag voor bebossing en herbebossing, moet de eigenaar voldoen aan een aantal voorwaarden:

  • De te (her)bebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,5 ha. De oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 0,1 ha wanneer deze binnen een straal van 1 km van elkaar liggen. Belangrijk is dat deze minimumoppervlakte van 0,5 ha (enkel bij bebossing) verlaagd kan worden tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling.
  • De (her)bebossing gebeurt met inheemse soorten. Enkel in het geval van bebossing kan uitheemse populier, zoals opgenomen in het aanplantplan van de goedgekeurde aanvraag, gecombineerd worden met inheemse soorten. Alle soorten dienen standplaatsgeschikt te zijn.
  • De (her)bebossing bestaat uit minimaal 2 boom- of struiksoorten, en vanaf 1ha uit minimaal 3 soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen.
  • Beschikken over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de (her)bebossing. De (her)bebossing bovendien mag niet als maatregel tot herstel door de rechtbank bevolen zijn.
  • De (her)bebossing dient in overeenstemming te zijn met de kapmachtiging, het beheerplan, het natuurrichtplan en/of het managementplan Natura 2000.
  • Het mag geen compenserende bebossing betreffen.
  • Om gebruik te kunnen maken van de bebossingsubsidies, moet de aanvrager beschikken over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving. Dit advies dient te worden aangevraagd bij het Departement Landbouw en Visserij wanneer in een periode van 5 jaar vóór de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet.

Verder gaat de aanvrager ook een aantal engagementen aan bij de aanvraag (= verbintenisvoorwaarden aanplanting):

  • De (her)bebossing moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • Het plantgoed moet voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal. Natuur en bos kan een andere herkomst vaststellen in afwijking hiervan, dit betreft het geval waarin het om eigen opgekweekt plantsoen gaat dat nooit in de handel geweest is.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de (her)bebossing moeten uitgevoerd worden.
  • De (her)bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover en zoals die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen wat betreft bebossing, is niet toegestaan. De natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten mag max. 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • Uiterlijk 4 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de 1ste schijf moet men een goedgekeurd natuurbeheerplan hebben.
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  • De aanplant mag gedurende 25 jaar na de indiening van de aanvraag voor de 1ste schijf niet ontbost worden.
  • De wildbescherming wordt aangebracht op de wijze zoals vermeld in de goedgekeurde aanvraag.
  • De collectieve wildbescherming moet gedurende 7 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf worden behouden en onderhouden.

Klik hier voor meer informatie over herbebossingbebossing en aankoop gronden voor bebossing.

Boscompensatie

Naast de bovenvermelde financiële mogelijkheden, kan een ontbosser ook kiezen voor ‘boscompensatie’. Als iemand in Vlaanderen bomen kapt om bijvoorbeeld de grond te verkavelen, moet de ontbosser een omgevingsvergunning aanvragen. Om de gekapte bomen te compenseren, kan de ontbosser kiezen uit 3 mogelijkheden om aan de boscompensatievoorwaarden te voldoen, maar een combinatie is ook mogelijk:

  1. een bosbehoudsbijdrage betalen (ook wel financiële boscompensatie);
  2. zelf een compenserende bebossing uitvoeren (boscompensatie in natura);
  3. een compenserende bebossing uitvoeren via een derde die zich daarvoor garant stelt (boscompensatie in natura door een derde, www.boscompenseren.be).

De eerste optie, namelijk bosbehoudsbijdrage bedraagt 3,62 €/m2 ontbossing en wordt jaarlijks geïndexeerd. Belangrijk is dat er rekening gehouden moet worden met de compensatiefactor die afhangt van het soort bos dat gekapt wordt. Deze factor bedraagt:

  • 1 voor niet-inheems loofbos en/of naaldbos → 3,62 €/m²
  • 1,5 voor een gemengd bos → 5,43€/m²
  • 2 voor een inheems loofbos → 7,24 €/m²
  • 3 voor alle habitatwaardige bossen (ongeacht hun ligging) → 10,86 €/m²

Alternatief kan de compensatie in natura worden uitgevoerd waarbij de ontbossing zelf gecompenseerd wordt door ergens anders nieuw bos aan te planten of dit te laten uitvoeren door een derde. Belangrijk is dat de compenserende bebossing minstens 25 jaar in stand gehouden moet worden en dat het perceel waarop het nieuwe bos aangeplant wordt, bij de indiening van de aanvraag nog niet bebost is. Natuur en Bos heeft een marktplaats ontwikkeld waar ontbossers en grondeigenaars (=bebossers) met elkaar in contact kunnen komen, namelijk www.boscompenseren.be. Op deze website zie je welke gronden ter beschikking zijn en hoeveel de aanbieder vraagt om deze te bebossen. Meestal schommelt dit rond de 3 €/m².

Via het ‘Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw’ van 26 april 2019 of ook wel Verzameldecreet genoemd, is een hiaat in de wetgeving weggewerkt. Vanaf nu is een melding voldoende voor de rooiing van bomen op gronden die zich bevinden in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied om terug een agrarische functie in te vullen en dit binnen de 22 jaar na aanplant. Er werd een bepaling ingevoerd bij dewelke eenmaal de bomen gerooid deze gronden gedurende 20 jaar niet gebruikt kunnen worden voor een compenserende bebossing. Indien het ontboste landbouwperceel na 20 jaar nog eens bebost wordt, is er opnieuw een mogelijkheid tot gebruik van boscompensatie voorzien.

Door het beter omschrijven van de vroegere bepaling wil men de soepele overgang van landbouw naar bos en terug naar landbouw mogelijk maken, maar een ongewenst gebruik van het compensatieprincipe uit artikel 90bis van het Bosdecreet vermijden waarbij bomen werden gerooid met die melding om onmiddellijk terug aangeplant te worden met een compensatievergoeding.

Klik hier voor meer informatie over boscompensatie.

Grondwaardeverlies

Op 28 juni 2019 keurde de Vlaamse overheid het ‘Besluit van de Vlaamse Regering houdende subsidiëring van grondwaardeverlies bij bebossing, ondersteund door de inkomsten van de bosbehoudsbijdrage in geval van ontbossing’ goed. Door dit nieuwe besluit zullen eigenaars en beheerders van gronden die deze wensen te bebossen een forfaitaire tegemoetkoming voor het verlies van hun grondwaarde kunnen krijgen. De subsidie bedraagt 1/3e van de bosbehoudsbijdrage (3,62 €/m2), met een max. van 11.150 €/ha.

Zowel private eigenaars en beheerders (natuurlijke persoon), overheden (m.u.v. de federale staat of het Vlaams Gewest) alsook privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen gebruik maken van deze subsidie. Om in aanmerking te komen voor de subsidie grondwaardeverlies, gelden er specifieke voorwaarden (Art. 3). Hier worden er enkele opgesomd die van belang zijn voor private eigenaren en beheerders:

  • De grond is eigendom van de aanvrager of de aanvrager heeft er een zakelijk recht op dat bebossing toestaat. De grond is niet verpacht tenzij de pachter de aanvrager is en de verpachter schriftelijk toestemming geeft voor de bebossing;
  • De grond is bij de aanvraag geen bos (volgens de definitie van het Bosdecreet) of staat in een beheerplan niet aangegeven als grond die bebost zal worden;
  • De grond bestaat uit een minimale aaneengesloten oppervlakte van 0,5 ha of 0,25 ha als de bebossing aansluit bij een al bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling;
  • De grond niet aangewend wordt voor een bebossing in natura ter compensatie van een ontbossing;
  • De te bebossen grond moet gelegen zijn op percelen die zich bevinden in
    • een speciale beschermingszone op voorwaarde dat de voorgestelde bebossing bijdraagt aan de vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen
    • of volgende ruimtelijk bestemmingen, m.u.v. gronden in landbouwgebruik gelegen in herbevestigd agrarisch gebied,: bestemming groengebied, natuurontwikkelingsgebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidings- gebied, agrarisch gebied in de ruime zin, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of de met al deze gebieden vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen;
  • voor de grond is er geen eenvoudige melding voor de rooiing van houtachtige gewassen of spontane bebossing gedaan;
  • op de gronden zijn geen natuurwaarden aanwezig die onverenigbaar zijn met de bebossing;
  • de bebossing is geen uitvoering van een verplichting op basis van een gerechtelijk bevel, een contractuele verplichting en niet strijdig met de geldende wetgeving;
  • De voorgenomen bebossing wordt uitgevoerd met inheemse soorten opgenomen in de lijst en moet bestaan uit min. 2 boom- of struiksoorten, en vanaf 1 ha min. 3 soorten, die elk min. 10% van het plantaantal innemen;
  • De aanplant wordt uitgevoerd zoals in de goedgekeurde aanvraag beschreven;
  • Er mag gedurende 25 jaar niet ontbost worden waarbij het aandeel van soorten die niet opgenomen zijn in de lijst met inheemse soorten maximaal 10% mag bedragen.

Gronden waarvoor reeds een aankoopsubsidie werd verkregen met het oog op de erkenning als natuurreservaat of voor de aankoop van gronden voor bebossing (BVR 27 juni 2003, BVR 14 juli 2017), komen nietmeer in aanmerking voor de subsidie. Ook gronden die opgenomen zijn in een natuurbeheerplan als te bebossen grondkomen nietin aanmerking. Daarnaast is de subsidie wel cumuleerbeer met bebossingssubsidies, mits de gezamenlijke subsidies niet meer bedragen dan de totale en aangetoonde of realistisch geraamde kostprijs van het waardeverlies van de grond. Belangrijk is dat hoewel de subsidie compatibel is met de subsidie voor bebossing, er niet geplant mag worden met populier gecombineerd met inheemse soorten.

Inkomens- en onderhoudssubsidie

In de Europese wetgeving valt bosbouw (voor de economische functie van bos) onder het landbouwbeleid. Niet onlogisch daar bos (houtproductie) ook een opbrengst van een plant levert, zij het op een veel langere termijn. In de Vlaamse afgeleide van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), bestaat onder de tweede pijler (plattelandsontwikkelingsbeleid), het Programmadocument voor Plattelandsontwikkeling III (PDPO), waarin een (zeer klein) luik steunmaatregelen voor bos voorzien zijn. Men kan er aanplantsubsidies verkrijgen voor herbebossing, voor aanleg van bos en bijhorend onderhoud- en inkomenscompensatie, alsook subsidies voor boslandbouwsystemen. De inkomens- en onderhoudssubsidie is ook uitsluitend voor actieve landbouwers met een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha.

Naast de reguliere subsidies voor aanplanting en wildbescherming voor bebossing en herbebossing, kan een landbouwer/eigenaar ook beroep doen op extra steunmaatregelen. Zo kan een ‘actieve landbouwer’ gedurende de eerste 12 jaar een onderhoudssubsidie voor bebossingen ontvangen. De eerste 5 jaar bedraagt de subsidie 185 €/ha, daarna wordt dit verlaagd naar 75 €/ha. Tot slot kunnen landbouwers een inkomstencompensatie krijgen voor het verlies van inkomsten bij de omzetting van landbouwgrond naar bos. Zoals bij bebossing moet ook hier de aanvrager beschikken over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving (zie voorwaarde bij bebossing).

Klik hier voor meer informatie.

Agroforestry

Bij boslandbouwsysteem – ook wel agroforestry genoemd – wordt in eenzelfde perceel een landbouwteelt gecombineerd met het aanplanten van bomen. Dit is geen vorm van ‘bebossen’. Deze teeltcombinatie biedt verschillende ecologiche en economische meerwaarden. Voor de aanplant van de bomen kunnen gebruikers/landbouwers, mits toestemming van de eigenaar, een eenmalige aanplantsubsidie krijgen die tot 80 % van de kosten dekt. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het boslandbouwperceel voldoen aan een aantal voorwaarden, waaronder gelegen zijn in het Vlaams Gewest en een oppervlakte van minimaal 0,5 ha hebben. De aanvraag dient te gebeuren bij het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid. Klik hier voor meer informatie.

Alternatieven

Tot slot zijn er naast de traditionele subsidies voor (her)bebossing, een aantal alternatieve financieringmogelijkheden beschikbaar. Zo kan men als private boseigenaar gebruik maken van projectsubsidies bij de Koninklijke Bosbouwmaatschappij (KBBM) of Bos+. Belangrijk is dat een combinatie van aankoopsubsidies voor te bebossen gronden en bebossingssubsidies mogelijk is, maar andere combinaties niet.

Tabel: overzicht subsidies bebossing en herbebossing